STARRT-methodiek: gedrag uit het verleden biedt wél garantie in de toekomst
Bieden resultaten uit het verleden wél garantie in de toekomst? Zeker! Omdat mensen geneigd zijn zich in patronen te gedragen, is het de kunst om patronen te ontdekken. Want het patroon van gisteren geeft een inkijkje in de reactie van morgen. Maar niet altijd. Want we leren, ontwikkelen en passen ons gedrag aan. Bij sollicitaties helpt de STARRT-methodiek om snel en effectief gedrag te onderzoeken.
Waar staat STARRT voor?
STARR staat voor 5 stappen:
S – Situatie
- Wat was de context?
- Waar en wanneer speelde dit?
- Wie waren erbij betrokken?
T – Taak
- Wat was jouw rol of verantwoordelijkheid?
- Wat wilde je bereiken?
A – Actie
- Wat heb je concreet gedaan?
- Waarom heb je dat zo aangepakt?
R – Resultaat
- Wat was het effect van jouw acties?
- Wat ging goed/minder goed?
R – Reflectie
- Wat heb je geleerd?
- Hoe was het voor jou om het zo te doen?
T – Toepassing
- Wat zou je de volgende keer anders doen?
Wat heb je eraan?
Stel ik wil weten hoe iemand met conflictsituaties omgaat. Ik kan dan vragen “Kun je met conflicten omgaan?”. Dit is niet zo’n goede vraag. Want als het antwoord ‘ja’ is, weet ik nog niets over een patroon. Daarom voorbeeldvragen met STARRT:
Situatie: Beschrijf eens een situatie waarin jij te maken had met een conflict. Wat was er aan de hand, wie waren er betrokken?
Taak: Wat waren jouw taak en rol in deze situatie?
Acties: Wat deed je om het conflict beheersbaar te maken? Dit is de gedragsvraag!
Resultaat: Wat was het effect van jouw interventie/gedrag?
Reflectie: Wat vond je van het resultaat en hoe vond je het om het zo te doen?
Toepassing: Wat zou je de volgende keer anders aanpakken in een vergelijkbare situatie?
Je ziet dat je met de wijze van vragen stellen andere informatie krijgt en je een sollicitant heel veel ruimte geeft om te antwoorden. Dat is ook precies de bedoeling. Want uiteindelijk bepaal je de geschiktheid van een sollicitant op basis van de informatie waar jij zelf naar vraagt. Kijk maar naar dit artikel over vraagstelling.
Beschrijving van een competentie met STARRT
Je bent schoolleider en werkt doelgericht aan het verbeteren van de onderwijskwaliteit. Tijdens een gesprek wil je laten zien hoe je kwaliteitsgericht handelt, bijvoorbeeld in relatie tot zicht op ontwikkeling (OP2) en pedagogisch-didactisch handelen (OP3).
Situatie: “Ik dat de leerresultaten voor rekenen achterbleven bij onze ambities en bij wat gezien de leerlingpopulatie verwacht mocht worden. Analyse van het leerlingvolgsysteem en de doorstroomtoets liet een wisselend beeld zien. Daarnaast bleek uit lesobservaties dat er grote verschillen waren in de kwaliteit van instructie en differentiatie tussen groepen.”
Taak: “Mijn opdracht was om de onderwijskwaliteit planmatig te verbeteren. Daarbij lag de nadruk op het versterken van het zicht op de ontwikkeling van leerlingen en het realiseren van meer eenduidigheid en effectiviteit in het pedagogisch-didactisch handelen. Tegelijk wilde ik het team verder ontwikkelen in data-gestuurd en doelgericht werken, met hoge verwachtingen als uitgangspunt.”
Actie(s): “Ik ben gestart met het samen met het team analyseren van de beschikbare gegevens, zodat we patronen konden herkennen op school-, groeps- en leerlingniveau. Op basis daarvan heb ik duidelijke kwaliteitsdoelen geformuleerd en deze vertaald naar schoolbrede afspraken over instructie en differentiatie. Ik heb vervolgens de kwaliteitscyclus versterkt door het werken volgens een vaste structuur van plannen, uitvoeren, evalueren en bijstellen. Lesbezoeken heb ik gekoppeld aan gerichte feedbackgesprekken en ontwikkelgesprekken. Daarnaast heb ik teamsessies georganiseerd waarin we casussen bespraken en gezamenlijk reflecteerden op het effect van ons handelen, steeds vanuit de vraag of onze aanpak aantoonbaar bijdroeg aan betere leerlingresultaten.”
Resultaat: “Na verloop van tijd zagen we dat de analyse van resultaten een vast onderdeel werd van het handelen van het team en dat deze analyses werden benut om het onderwijs te verbeteren. De kwaliteit van instructie werd meer herkenbaar en consistent tussen groepen, en de leerresultaten voor rekenen stabiliseerden en verbeterden. Teamleden gaven aan dat zij meer grip ervaarden op hun onderwijs en bewuster keuzes maakten in hun didactisch handelen.”
Reflectie: “Terugkijkend zie ik dat het gezamenlijk analyseren en het werken met duidelijke kwaliteitscriteria cruciaal zijn geweest voor het behalen van deze resultaten. Tegelijkertijd realiseer ik mij dat we eerder scherper hadden kunnen zijn in het formuleren van doelen en dat borging van afspraken nog meer aandacht had mogen krijgen.”
Toepassing: “In een volgende stap wil ik daarom sterker inzetten op het expliciteren van gezamenlijke kwaliteitsstandaarden in de klas en het verder verdiepen van de evaluatiecyclus. Deze ervaring heeft mij geholpen om mijn kwaliteitsgerichte aanpak verder te versterken en duurzamer te maken.”


Arjo de Groot
Samen waarde toevoegen aan het onderwijs? Neem contact op; dan nemen we samen de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van leerlingen en de wereld om ons heen!